Stef Heinsman

Even voorstellen! In december 2018 ben ik toegetreden tot het toezichthoudend bestuur van de stichting. Beau en Lucas, twee van mijn kleinkinderen, zitten op de Tweemaster op de Koers en van mijn dochter hoorde ik enthousiaste verhalen over de school. In mijn werkzame leven heb ik met veel plezier in het onderwijs gewerkt, als leraar en als leidinggevende en daarnaast heb ik ervaring opgedaan als bestuurder. Toen mijn dochter mij erop wees dat de school van haar kinderen bestuursleden zocht, stond ik eerlijk gezegd niet te springen. In bestuursvergaderingen gaat het meestal over geld en resultaten en bij die onderwerpen ligt niet mijn hart. Op aandringen van mijn dochter voerde ik toch een oriënterend gesprek met dhr. Rob Hageman: zijn enthousiasme voor de school en de kinderen en de behoefte aan een bestuurslid met kennis van het onderwijs trokken me over de streep.


Om dan toch maar met het geld te beginnen: onderwijs wordt gefinancierd met publiek geld en daar moeten we zorgvuldig mee omgaan en openlijk verantwoording over afleggen. Als bestuurder is voor mij een belangrijk aandachtspunt dat de beschikbare middelen vooral naar het onderwijs zelf gaan. Geldgebrek is niet het grootste probleem in het onderwijs. Er is de laatste decennia steeds meer geld geïnvesteerd om het onderwijs heen, waardoor leraren de school niet meer meester zijn. Het zijn steeds meer de mensen buiten de school die bepalen wat er in de school moet gebeuren. Leraren worden daardoor in een afhankelijke en uitvoerende rol gemanoeuvreerd. Het is een rol die leraren geen recht doet en waarmee leraren ook zichzelf geen recht doen als ze daarin meegaan. Het maakt leraren in de ogen van de buitenwacht vaak tot een wat klagerige beroepsgroep. Kinderen verdienen leraren die trots zijn op hun beroep, leraren die open staan naar de samenleving, maar zich niet in alles laten voorschrijven wat ze moeten doen. Regelzucht en behoefte aan controle maken dat leraren onvoldoende toekomen aan hun eigen beweegredenen waarom ze ooit gekozen hebben voor het onderwijs: lesgeven met hart en ziel, kijken en luisteren naar kinderen om vervolgens samen met hen de volwassen wereld te verkennen.
Het is goed dat leraren resultaten van hun leerlingen evalueren met het oog op hun eigen ontwikkeling en die van de kinderen. Daarbij moeten we ons wel realiseren dat resultaten slechts de uitkomst zijn van goed onderwijs. Het onderwijs zelf vindt plaats in de ont-moeting tussen de leraar en haar leerlingen. Een goede school is een ontmoetingsplaats waar mensen samen leren leven. Zin in leren, zowel van de leraar als van haar leerlingen, is daarvoor de belangrijkste voorwaarde. Daarmee zeg ik zeker niet dat leren altijd leuk moet zijn. Leren vergt behalve zin ook inspanning, doorzettingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel. Het plezier van het leren laat soms nu eenmaal even op zich wachten. Dat vraagt van leraren ook een zekere hardheid: betrokkenheid die kinderen echt verder brengt is afstand en nabijheid tegelijkertijd, tough love.


Die eigenschappen maken niet alleen leraren tot goede leraren, ze maken ouders tot goede ouders en bestuurders tot goede bestuurders. Het zijn niet meer, maar ook niet minder dan aspecten van menselijkheid. U mag me erop aanspreken als bestuurder. Ik zet me ervoor in om het waar te maken.